Urgenda - maak van Nederland een duurzame proeftuin

NRC Handelsblad, 14 juli 2007

Nederland moet de komende vijftig jaar ingrijpender veranderen dan de afgelopen vijfhonderd jaar. Dat vraagt om meer visie dan het kabinet biedt, en om een concreet actieplan: wat moeten we over een jaar gedaan hebben, wat over tien jaar, en wat over veertig jaar. Een agenda voor de toekomst, door dertien mensen die actief en concreet werken aan een duurzamere samenleving.

In het beleidsprogramma 'Samen werken, samen leven' van het kabi­net-Balkenende IV ontbreekt een heldere visie op de toekomstige inrich­ting van Nederland. Wat is er voor no­dig om in ons land ook op langere ter­mijn goed te kunnen leven, werken, wonen en recreëren? In het programma ontbreken verge­zichten, grote doorbraken en struc­tuurwijzigingen. Dit is een gemiste kans, omdat een betere balans tussen een mooie leefomgeving, een bloeiende economie en prettig sociaal klimaat (dat verstaan wij onder duurzaamheid) als leidraad zou kunnen fungeren voor het kabinetsbeleid. Daarom heeft een tiental innovatie­clubs in Nederland de handen ineenge­slagen en een ambitieuze agenda opge­steld vanuit een grote urgentie: een 'Urgenda'. Het is vijf voor twaalf en er zijn ingrijpende, radicale maatregelen nodig om Nederland op termijn duur­zamer te maken. Nederland is een unieke delta door zijn uitzonderlijk hoge concentratie van mensen en activiteiten, grotendeels onder de zeespiegel op een deels slappe bodem. Dit biedt veel economische voordelen, maar zorgt ook voor een enorme druk op de beschikbare ruimte en een concentratie. van problemen: verkeerscongestie, luchtverontreini­ging, geluidsoverlast, wateroverlast en verrommeling. Waar we al moeite genoeg hebben om de huidige problemen te lijf te gaan, vraagt de toekomst om een totaal nieuwe inrichting van ons land.

In 2037 zijn we met een miljoen meer mensen, aanzienlijk meer huizen, 50 procent meer auto's, drie keer zoveel vliegtuigen en nog minder ruimte. Het wassende water komt aan alle kanten op ons af, van on­der, van boven, van achter en van voren. Het veranderende klimaat zal leiden tot regelmatig voorkomende extreem droge en hete zomers zoals in 2003. Dit kan ingrijpende gevolgen hebben voor de elektriciteitsvoorziening, waterbe­heer, drinkwatervoorziening, scheep­vaart en de natuur. Maar ook in sociaal opzicht zal ons land ingrijpend veranderen. In 2037 zal Nederland sterk vergrijsd en ver­kleurd zijn. Een op de twee Nederlan­ders zal dan ouder zijn dan 50 jaar, een kwart van de bevolking zal bestaan uit 65-plussers en een derde uit allochto­nen. De zorgbehoefte zal explosief toene­men en Nederlanders zullen in 2037 een derde van hun inkomen aan zorg besteden. Een op de vijf arbeidzame mensen zal in de zorg werken en er zal een enorme krapte op de arbeidsmarkt ontstaan. Dit zal vergaande consequen­ties hebben voor de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat. Wij staan voor een enorme fysieke en sociale opgave. Wij zullen mi moeten gaan werken aan een nieuwe inrichting van ons land, waarbij we ons landschap en onze ruimte zo moeten transforme­ren dat het klimaat- en waterrobuust is, schoon en mooi, toegankelijk en goed bereikbaar. En daarvoor zullen we ons ook anders moeten gaan organiseren in bestuurlijk en sociaal opzicht, om de nieuwe demografische en economische ordening het hoofd te kunnen bieden.

Deze opgave vormt een geweldige uitdaging, vergelijkbaar met die van de inpoldering en drooglegging aan het einde van de Middeleeuwen en met de sociale kwestie aan het einde van de 19de eeuw. We hebben dus eerder voor een enorme opgave gestaan en dat ging steeds gepaard met een grondige her­ziening van onze maatschappelijke stelsels. Dat is nu weer aan de orde: van ener­giebeheer tot watervoorziening, van gezondheidszorg tot sociale zekerheid en van verkeer en vervoer tot ruimtelij­ke ordening. Deze stelsels moeten grondig op de schop worden genomen en fundamenteel worden vernieuwd. Dit kost echter een à twee generaties en het kan slechts in kleine, maar wel ge­richte stappen. De gecombineerde fysieke en sociale opgave vormt de overgang naar een duurzaam Nederland. Hoe kunnen we ons land zodanig transformeren dat het klimaat- en waterrobuust is, schoon en mooi, veilig en vertrouwd, toegan­kelijk en goed bereikbaar? Hoe houden we Nederland mooi, uitdagend en leuk om te leven? Met eilanden met duinen voor de kust, met drijvende steden, ver­bonden met drijvende snelwegen. Met een totaal andere flora en fauna. Met combinaties van wonen, werken en zorg op kleine schaal. Hoe Nederland er precies uit zal zien weet niemand, maar wel staat vast dat Nederland in de komende vijftig jaar meer zal veranderen dan in de vijfhon­derdjaar daarvoor.

Daarom stellen wij voor om van Nederland een duurzaam­heidsproeftuin te maken. Ne­derland moet hierin een voorbeeld worden voor andere landen in de we­reld. Als eerste land ter wereJd moet Ne­derland deze handschoen oppakken en het verduurzamingsproces stevig in­zetten. Wij gaan duurzame projecten starten waar de Chinezen en Japanners over dertigjaar naar komen kijken. Dit vraagt om een schaalsprong in ons denken en een slimme handelings­strategie. Maar het vraagt ook om een duurzaamheidsbeweging die maat­schappelijke druk uitoefent om het transitieproces te continueren.

Wij stellen de volgende stappen voor:

Oprichting van een duurzaamheidsplat­form, bestaande uit koplopers uit de samen­leving, een combinatie van denkers en doe­ners. Hierbij valt te denken aan mensen als Herman Wijffels en Peter Bakker (TNT) in de categorie denkers, en aan Natasja van den Berg (auteur van Praktisch Idea­lisme) en onderneemster Annemarie Rakhorst als doeners. Dit platform ope­reert op afstand van de overheid, maar wel onder handbereik. De koplopers moeten het duurzaamheidsgedachte­goed uitdragen en de Nederlandse be­volking gaan inspireren en aanzetten tot actie.  

Ontwikkeling van een
ambitieuze visie opeen duurzaam Nederland. Dit moet het kompas worden voor het proces van verduurzaming van Neder­land. Vertaling van deze visie in kleine stappen maakt de verbinding mogelijk met de belevingswereld van velen die op kleinschalig niveau aan duurzaam­heid werken. Bij klimaatverandering kun je denken aan veilig wonen en wer­ken op en aan het water - een drijvende stad, drijvende snelwegen.  

Het
zoveelmogelijk verbinden van partij­en en initiatieven die reeds met projecten en experimenten op het gebied van duurzaam­heid bezig zijn. Alle verbonden partijen en initiatieven vormen samen met het platform de duurzaamheidsbeweging. Van Wereld Natuur Fonds en Innovatieplatform tot De Schone Kleren Campagne; en van boeren die samen uit mest energie voor het hele dorp maken tot universiteiten en 'toekomstconsultants' van advies­bureau Visie 21.  

Het starten van vijf 'icoonprojecten'. groot­schalige duurzaamheidsexperimenten, zoals een Duurzaam Texel en een Duurzame Delta
in Zeeland. Projecten op redelijk grote schaal met een landelijke uitstraling en een voor­beeldfunctie. Hierdoor wordt het voor veel mensen zichtbaar en tastbaar wat duurzaamheid in de praktijk betekent, ook voor hun eigen dagelijks leven.

Wat betekent de Urgenda voor het huidige kabinetsbeleid?

De agenda van het kabinet­ Balkenende IV is vooral gericht op de korte termijn, wat ook legitiem is, en minder gericht op hervormingen en structuurwijzigingen op lange termijn. In onze optiek kan de Urgenda ge­bruikt worden om het kabinetsbeleid te voorzien van een langetermijnoriën­tatie. Daarbij moet het kabinet zich wel realiseren dat een transitie naar een duurzamer Nederland zich niet echt laat plannen. In een samenleving van toenemende emancipatie, sterkere identiteitsbeleving en groeiend zelfbe­wustzijn neemt het zelforganiserend vermogen van de samenleving toe.

Dat is precies de energie waarvan de overgang naar een duurzamer Neder­land gebruik wil maken. Het vraagt om nieuwe rollen en werkwijzen van be­trokken partijen. Het vraagt ook om nieuwe sturingsvormen tussen markt en maatschappij in. De overheid moet hier niet regisseur en regelaar zijn, maar degene die ruim­te verschaft en verleidt. Non-gouverne­mentele organisatie (ngo's) moeten de leiding nemen, de weg wijzen en sa­menwerken in plaats van uitstralen dat ze ergens tegen zijn. Omdat nog geen eenduidige richting bestaat voor een duurzaam Nederland, moeten we daar naar op zoek gaan door te experimenteren en daarvan te leren. Balkenende IV kan ruimte bieden aan kleine groepen visionairs uit de samen­leving om hun ideeën uit te werken via experimenten. Niet alleen financiële ruimte, maar ook juridische en organi­satorische ruimte, door een aantal be­staande belemmeringen (tijdelijk) op te heffen. Een voorbeeld. Ter stimulering van de fiets en het openbaar vervoer stuitte het plan om op Texel een fietsbus te la­ten rijden op onwrikbare regels. Daar­door moest het plan worden afgebla­zen. De experimenten kunnen gericht zijn op gedragsverandering (bijvoor­beeld leven op en om het water), cul­tuurverandering (bijvoorbeeld belonen in plaats van bestraffen bij mobiliteits­bewegingen) en structuurverandering (bijvoorbeeld nieuwe samenwerkings­verbanden tussen bedrijven en maat­schappelijke organisaties en/of bur­gers). Succesvolle experimenten - bijvoor­beeld de energieleverende kas of de drijvende stad - kunnen op een grotere schaal en in andere omstandigheden worden toegepast, door tijdig in te spe­len op mogelijke barrières, zoals wet­en regelgeving en institutionele weer­stand. Deze experimenten worden voorzien van een gemeenschappelijke richting door een macrovisie.

De sleutel zit in het verbinden. Het verbinden van het macro­verhaal aan de talloze micro­ verhalen van de visionaire opgave aan de kleinschalige experimenten; van de veranderingsgezinde regimespelers aan de niche spelers; van de lange ter­mijn aan de korte termijn; en van visie aan actie en daadkracht. Kortom, het verbinden van de onderstroom met de bovenstroom. De energietransitie is een mooi voor­beeld van een redelijk succesvol over­gangsproces, dat al zes jaar geleden is gestart door het ministerie van Econo­mische Zaken. Het gaat hier om een succesvolle samenwerking tussen be­drijven, kennisinstellingen, ngo's en de overheid voor een duurzame energie­huishouding in Nederland. Hiervoor is echter wel nieuw leider­schap nodig, ook van de overheid, zo­wel inhoudelijk als procesmatig. De overheid is echter niet de aangewezen partij om zo'n overgangsproces re trek­ken, maar eerder de partij die deze tran­sitie mogelijk maakt. Inhoudelijk lei­derschap van de overheid betekent: duidelijker kaders stellen vanuit ambi­tieuze doelen op langere termijn, hel­der zij n over wat wel en niet kan, duide­lijke grenzen stellen. En proces matig leiderschap betekent vooral stimuleren en koppelen: het leggen van verbindin­gen tussen partijen die elkaar nog niet kennen, het vormen van nieuwe coali­ties en het scheppen van voorwaarden voor een doorbraak van vernieuwende ideeën. Geen sleurende en trekkende over­heid met nieuwe nota's, regels en plan­nen, maar een responsieve overheid die verbindt en verleidt, stimuleert en voorwaarden schept, verbindingen legt en barrières opheft.

Met de volgende actiepunten kan Nederland zo snel mogelijk duurzaam worden.

Over één jaar:

  • is er een duurzaamheidsplatform op­gericht op afstand van de overheid;
  • zijn er twee icoon projecten gestart met landelijke uitstraling;
  • is er een nieuw deltaplan klaar om in 2032 klimaat- en waterrobuust te zijn.
Over twee jaar:

  • zijn vijf icoonprojecten gestart met landelijke uitstraling;
  • is er een uitdagende, inspirerende toekomstvisie voor Nederland;
  • wordt 9-9-9 de dag van de duurzaam­heid en komen 999 duurzaamheidsini­tiatieven bij elkaar om samen van elkaar te leren en elkaar te inspireren.
Over drie jaar:

  • is in alle sport-, bedrijfs- en overheids­kantines het eten duurzaam;
  • zijn alle campussen van de universi­teiten klimaatneutraal;
  • zijn er in achterstandswijken groe­pen uit verschillende sectoren (onder­nemers, bewoners, scholen) gevormd die samen plannen maken voor de duurzame ontwikkeling van hun wij­ken.
Over vier jaar:

  • is er een minister voor Duurzame Ontwikkeling in het volgende kabinet;
  • doet vijftig procent van alle bedrijven actief aan duurzaam ondernemen;
  • heeft iedere Nederlander een per­soonsgebonden Co2 -budget;
  • is er een duurzamehuishoudbeurs.
Over vijf jaar:

  • zijn er duizend CO2-neutrale straten in Nederland;
  • zijn er honderd experimenten op het gebied van duurzame, langdurende zorg;
  • worden alle bedrijventerreinen die niet optimaal gebruikt worden, gesa­neerd of opgeknapt;
  • worden alle investeringen in stedelij­ke ontwikkeling, mobiliteit en natuur­en waterbeheer integraal benaderd; alle ruimtelijke informatie die daarvoor no­dig is wordt op. integrale wijze ge­bruikt;
  • wordt in de glastuinbouw geen fossie­le energie meer verbruikt;
  • zijn 100.000 huishoudens zelf produ­cent van hun eigen energie door wind­turbines en zonnepanelen (eventueel in combinatie met duurzame waterstof).
Over tien jaar:

  • is er een Master Polder Plan dat aan al­le polders in Nederland een specifieke bestemming geeft;
  • zijn alle leaseauto's duurzaam;
  • staan er tienduizend windmolens vóór de kust van de Randstad;
  • zijn alle uitgaansgelegenheden duur­zaam qua energieverbruik, materiaal­gebruik, eten en drinken;
  • zijn alle sportscholen duurzaam, in de zin dat zij gebruikmaken van de energie die sporters zelf produceren tij­dens het sporten;
  • zijner vijfhonderd combinaties van wonen, werken en zorg op kleine schaal;
  • zijn alle nieuwbouwprojecten duur­zaam.
Over vijftien jaar:
  • ligt de eerste drijvende stad in Neder­land waarin tienduizend mensen kun­nen wonen;
  • is intensief ondergronds ruimtege­bruik gemeengoed;
  • is werken in de zorg en onderwijs goed betaald en uitdagend;
  • verkopen supermarkten alleen nog duurzaam voedsel.
Over twintig jaar:
  • zijn alle Waddeneilanden getransfor­meerd tot duurzame eilanden;
  • zijn alle daken in Nederland duurzaam, wat betekent dat ze functies heb­ben op het gebied van warmteopslag, waterberging, fijnstofbuffer of energie­winning.
Over 25 jaar:
  • heeft Nederland de schoonste ener­gievoorziening in Europa;
  • heeft Nederland het meest geavan­ceerde openbaarvervoerssysteem in Eu­ropa;
  • wordt alle afval in sectoren zoals voe­ding, landbouw en industrie gebruikt als secundaire grondstof
  • voor energie, voedsel en/of materialen;
  • is Nederland goed georganiseerd voor telewerken, ook in de publieke sector. . is Nederland klimaat- en waterro­buust.
Over dertig jaar:
  • zijn alle bouwbedrijven getransfor­meerd tot maatschappelijk dienstbare bedrijven die bijdragen aan een duurzaam Nederland;
  • is het Nederlandse landschap schoon en mooi, contrastrijk en kleurrijk en voelen mensen zich verbonden met het landschap.
Over veertig jaar:
  • heeft Nederland een Co2-vrije ener­gievoorziening, die robuust, betrouw­baar, leveringszeker en betaalbaar is.

Auteurs en supporters van de Urgenda

De Urgenda wordt na de zo­mer aangeboden aan mi­nister Jacqueline Cramer van VROM en is opgesteld door:  
mr.drs. Marjan Minnesma MBA, zakelijk directeur Ken­nisnetwerk SysteemInnova­ties en transities (KSI); prof. dr.ir.Jan Rotmans, we­tenschappelijk directeur Ken­nisnetwerk SysteemInnova­tiesen transities (KSI); prof. ir. Jan Stuip, voorzitter Acht voor Ruimte, directeur CURNET;
prof. ddr. Pier Vellinga, voorzitter bestuur Stichting Klimaat voor Ruimte.  

Het initiatief wordt gesteund door:
ing. Han Admiraal MBA, di­ recteur Centrum voor Onder­gronds Bouwen (COB);
mr. Freek Hasselaar, direc­teur Habiforum;
ir. Henk van der Horst,di­recteur PSIBouw;
prof. dr. Pavel Kabat, direc­teur Earth System science & Climate Change Group, Wage­ningen;
ir. Jan Klinkenberg, zakelijk directeur Transumo;
dr. Henk van Latesteijn, algemeen directeur Trans­Forum AgIO & Groen;
ir. Jacqueline Meerkerk, directeur Ruimte voor Geo Informarie(RGI);
prof. ddr. JO van Nunen, RSMErasmus University, directeur Transumo;
ir. Bert Satijn, programmadirecteur Lever met Water.

Terug

Loading...