Via duurzaam bouwen naar reinigende bouwwerken
Het Parool, 29 mei 2009
Tot voor kort was de grond in de Petroleum haven stevig verontreinigd en de luchtkwaliteit is er nog steeds een probleem. Juist in die omgeving is een gebouw neergezet dat beschouwd kan worden als toonbeeld van duurzaamheid.
Door Joost Zonneveld
Ingenieursbureau Search, dat adviseert over duurzaam bouwen, kan met zijn vorig jaar opgeleverde eigen kantoor van architect George Witteveen in de Petroleumhaven laten zien dat hoogwaardige architectuur goed samen kan gaan met zorg voor het milieu. Witteveen: "Ik wilde een stoer gebouw neerzetten dat paste bij de no-nonsensementaliteit van de opdrachtgever en zijn wens voor een duurzaam kantoor." En dat in een omgeving waar de grond ooit sterk vervuild was en de luchtkwaliteit, vanwege de Coentunnel, nog steeds te wensen overlaat.
Het compacte, doosvormige gebouw dat uit twee verdiepingen bestaat, lijkt volgens sommigen een beetje op een Griekse tempel. Dat is vanwege de strakke uitstekende daklijn en plint, in combinatie met de verticale geleding van de gevel.
Duurzaamheid, van energievoorziening tot materiaalgebruik, komt in alle facetten van het gebouw terug. In de ontwerpfase is tekening gehouden met eventuele uitbreiding, een grotere energiebehoefte en de mogelijkheid de inrichting van het kantoor aan te passen aan wensen in de toekomst. Het pand bestaat bijna geheel uit geprefabriceerde houtconstructiebouw, waardoor tijdens de bouw een minimum aan afval is vrijgekomen. Het kan ook gemakkelijk weer worden afgebroken en de onderdelen kunnen opnieuw worden gebruikt.
Dat hier 'vorm volgt duurzaamheid' van toepassing is, als variatie op Louis Sullivans beroemde 'vorm volgt functie' vindt Witteveen te ver gaan. Wel heeft hij tijdens het ontwerpen zo veel mogelijk gewerkt vanuit het cradle-to-cradle-principe, bedacht door de Duitser Michael Braungart en de Amerikaan William McDonough. Hun filosofie gaat ervan uit dat we producten fabriceren die steeds opnieuw gebruikt kunnen worden. Zo bestaan bijvoorbeeld de stoelen van Herman Miller die in het gebouw van Search staan, voor bijna de helft uit gerecyclede materialen en kunnen na gebruik bijna alle onderdelen opnieuw gebruikt worden. "Die stoelen zijn echt cradle-to-cradle, een deel kun je zelfs zo laten vergaan in de tuin," zegt Witteveen. Afval bestaat hier niet meer, het wordt voedsel voor een volgend product, net zoals bladeren die van een boom vallen de grond verrijken.
Om volgens de cradle-to-cradle-leer te werken, moet ook bij het ontwerpen van een gebouw al bedacht worden hoe onderdelen opnieuw benut kunnen worden. Zo heeft Witteveen zo min mogelijk samengestelde materialen gebruikt, gehard glas in plaats van gelaagd glas in de gevel geplaatst en afgezien van verlaagde plafonds en kozijnen. "Kozijnen zijn niet goed te hergebruiken."
Maar in het cradle-to-cradle denken is het niet alleen de bedoeling dat een gebouw het milieu zo min mogelijk belast, het moet daarop ook een positieve invloed hebben. Zo wordt vervuilde lucht die via filters het gebouw van Search binnen wordt geblazen, weer schoon afgeleverd aan de omgeving. Daarmee draagt het gebouw direct bij aan verbetering van de luchtkwaliteit in het havengebied. Door verschillende energiemaatregelen heeft het pand ook een positieve energiebalans, kortom, het produceert meer dan het verbruikt.
Energie wordt opgewekt via zonnecellen op het dak en door middel van twee kleine (en stille) windturbines die naast het gebouw staan. Als niet alle opgewekte energie nodig is voor eigen gebruik, vloeit die naar de vlakbij gelegen Afval Energie Centrale. Bij een tekort gebeurt dat andersom.
Ook wordt energie bespaard doordat de zuinige lampen binnen alleen aangaan als iemand een vertrek betreedt en bij voldoende zonlicht helemaal niet. Verder is het gebouw zeer goed geïsoleerd - onder andere met een dikke laag hout-pulp - en heeft het schuifpanelen aan de zuidwestkant, waar de ramen zitten. Buiten kantoortijd schuiven deze panelen dicht, waardoor warmte, of koude, wordt vastgehouden. Dit systeem dient tevens als inbraakpreventie.
Een ander soort zonnecellen op het dak stuurt de warmte/koude-opslag aan die, een noviteit, is verwerkt in de heipalen onder het gebouw - waarvoor geen aparte vergunning nodig is. Door het hele gebouw loopt een systeem van buizen in de vloeren die het gebouw verwarmen of koelen. Bij hoge temperaturen in de zomer gaan de dakramen automatisch open voor verkoeling.
Het gebouw van Search is zo gepositioneerd dat optimaal gebruik gemaakt kan worden van licht en warmte van de zon, die via de grote verticale ramen (met driedubbel glas) naar binnen komen, vertelt Witteveen. Dat was ook de reden de werkplekken aan de zuidwestkant te plaatsen. De gevel aan de noordkant, die in de schaduw ligt en een minder fraai uitzicht biedt, is geheel gesloten.
Aan de zonkant is ervoor gekozen het glas af te wisselen met hout, omdat anders de temperatuur te snel zou kunnen stijgen en er extra gekoeld zou moeten worden. Witteveen heeft daarvoor gezocht naar een natuurlijke balans.
Niet alleen in de gevel is voornamelijk hout gebruikt, maar ook voor het interieur. Alleen de heipalen en de basis van het gebouw zijn van beton. "We hebben voor hout gekozen omdat dat een hernieuwbare grondstof is, het groeit weer aan. Ook zorgt het voor een rustige sfeer. Bovendien wordt een deel van het vocht uit de lucht in het hout opgenomen, waardoor het gebouw ademt."
De mix van milieumaatregelen heeft geleid tot een hoge zogenoemde milieuprestatie. Voor ingewijden; de EPC-waarde (EPC = energieproductiecoefficient, het cijfer dat uit de milieubeoordeling van een gebouw rolt) is 0,6. Daardoor heeft de opdrachtgever gebruik kunnen maken van allerlei subsidieregelingen. Ook zonder die steun kan het duurzame gebouw overigens goed concurreren met 'traditionele' bouw, doordat de kosten in het gebruik lager zijn. Op het dak wordt regenwater opgevangen, dat gebruikt wordt voor het doorspoelen van de wc's, en de opbrengsten uit het zelf opwekken en leveren van energie drukken de kosten. Search kan ruimschoots voorzien in de eigen elektriciteitsbehoefte, laat een monitor bij de receptie zien. Witteveen heeft een zeer milieuvriendelijk gebouw ontworpen, dat financieel kan concurreren met traditionele kantoorgebouwen. Maar hoe cradle-to-cradle is dit nu eigenlijk? Witteveen: "Dat is voor gebouwen lastig te bepalen, doordat je niet weet of over tien jaar misschien betere alternatieven bestaan en het de vraag is of we de materialen nog zinvol kunnen hergebruiken."
Als het gebouw ooit wordt afgebroken, zal duidelijk zijn hoe duurzaam het is geweest. Materialen slijten immers door het gebruik, er zijn lijmsoorten gebruikt die bij verbranding mogelijk een negatief effect op het milieu hebben en het hout is gecertificeerd, maar komt wel uit Oostenrijk.
Een deel van het dak is nog onbenut. Zou het gebouw meer cradle-to-cradle zijn als daar een mosdak van wordt gemaakt? Daarmee zou bijvoorbeeld fijnstof kunnen worden opgevangen.
Witteveen: "Er is geen maatstaf voor een cradle-to-cradle gebouw en dat kan daarom dus ook niet honderd procent lukken. De vraag is alleen al wat je allemaal meerekent. De locatie is bijvoorbeeld van belang, want als iedereen met de auto komt en je telt dat mee, valt de balans heel anders uit." De droom van Witteveen is dat hij nog eens een volledig autarkisch gebouw kan maken. "Geheel zelfvoorzienend, zonder aansluiting op het energienet en met een eigen natuurlijke waterzuivering." Nu is het nog ingewikkeld om opgewekte energie op kleine schaal lang vast te houden en het zelf zuiveren van drinkwater uit regenwater is in Nederland verboden. Wel maakt Witteveen bij een andere vestiging van Search nog een nieuwe stap. Rondom het gebouw komt een eco-park waar gebruikt water gezuiverd terugvloeit in de omgeving.