Afval als voedselbron

BNA Blad, februari 2008

Na ecologische architectuur, biologische architectuur, duurzaam bouwen en ifd (Industrieel Flexibel Demontabel bouwen) is Cradle to Cradle sinds kort het nieuwe buzz-woord op het gebied van milieuvriendelijk bouwen. Met haar onderzoeks- en ingenieursbureau Search verspreidt Anne-Marie Rakhorst het Cradle to Cradle-gedachtegoed in woord en daad.  

Tekst Egbert Koster  

De filosofie van Cradle to Cradle (C2C), oftewel 'van wieg tot wieg', is ontwikkeld door de Amerikaanse architect William McDonough en de Duitse biochemicus Michael Braungart. De essentie van het gedachtegoed is dat de mens niet moet proberen het milieu te ontzien door zoveel mogelijk te consuminderen, maar zodanig moet gaan produceren dat er een afvalloos tijdperk ontstaat. Doordat alles wat wordt geproduceerd aan het eind van zijn levenscyclus eenvoudig kan worden uitgesplitst in elementen die ofwel volledig biologisch afbreekbaar zijn, ofwel op een hoogwaardige manier opnieuw kunnen worden gebruikt (upcycling). Dit vereist dat grondstoffen zo ongemengd en 'zuiver' mogelijk worden toegepast. Wie op deze manier, net als de natuur, volledig afvalloos kan produceren, hoeft het in de filosofie van Braungart en McDonough niet zuinig aan te doen. In ons land heeft onderzoeks- en ingenieursbureau Search (niet te verwarren met architectenbureau SeArch van Bjarne Mastenbroek c.s.) zich ontfermd over het Cradle to Cradle-gedachtegoed. Het bureau organiseert trainingen en workshops over Cradle to Cradle en nam vorig jaar het initiatief voor een Nederlandse uitgave van het door Braungart en McDonough in 2002 gepubliceerde 'CradIe to Cradle: Remaking the Way We Make Things'. Onlangs betrok de Amsterdamse vestiging van Search een gloednieuw pand in de Petroleum­haven dat volgens het C2C-principe is gebouwd. Search-directeur Anne­-Marie Rakhorst vindt C2C 'geweldig inspirerend'.

Maar wat is er na ecologische architectuur, biologische architectuur, duurzaam bouwen en ifd nu zo nieuw aan C2C?

'De vraag is of het interessant is, of dat het nieuw is. Ik ga de strijd niet aan of het nieuw is, of dat Cradle to Cradle beter is. Er zijn in Nederland in de loop der jaren fantastische initiatieven geweest op het gebied van duurzaam bouwen en duurzaamheid. Wij maken deel uit van een beweging die ooit is begonnen met de Club van Rome. Wat ik heel erg aansprekend vind aan C2C is het voorbeeld van Michael Braungart van een kersenboom in volle bloei, waarbij hij zich afvraagt of die kersen­boom met zijn overdaad aan bloesem en vruchten zou moeten consuminde­ren omwille van het milieu. Dit voor­beeld maakt duidelijk dat het niet gaat om minder produceren, maar om zodanig produceren dat hetgeen we maken op kan gaan in de cycli van de natuur. William McDonough ziet een gebouw als een boom. De vertaalslag die je daar mee kunt maken is dat je een gebouw bouwt dat meer energie opwekt dan het gebruikt, dat schonere lucht uitademt dan het inademt, en dat schoner water loost dan het opneemt. Wat daar nieuw aan is, is het positi­visme. Dat we stoppen met al die schuldgevoelens over onze aanwezig­heid op aarde, maar gaan kijken naar de kansen. Uitgangspunt is dat we mogen consumeren. Alleen hoe doen we dat op een verstandige manier? Door producten, gebouwen en steden zodanig te ontwerpen dat zij duurzaam zijn. Het begint bij architectuur en design. In de architectuur zul je daarom heel goed rekening moeten houden met de materialen die je gebruikt. Dat betekent dat je de selectie van bouwmaterialen naar voren moet trekken in het ontwerp­proces. Eventueel kun je dan potentiële leveranciers zelfs inspireren tot een meer C2C-gerichte productie en bedrijfsvoering.'

Is C2C niet erg eenzijdig product-georiënteerd?

'Ik begrijp niet waarom je dat denkt. Naar mijn idee is C2C sterk kennis­georiënteerd. Het gelooft oprecht in de kennis van mensen die met hun eigen vak bezig zijn en probeert hun deskun­digheid te vergroten. Duurzaamheid is heel lang gezien als de verantwoorde­lijkheid van de overheid en de burgers. Daarbij werd veelvuldig geklaagd dat het toch niets wordt, omdat de burger als consument niet wil betalen voor duurzame producten. Maar in C2C komt nu het bedrijfsleven op een fantastische manier aan bod. Als je ondernemers en industrie niet kunt overtuigen van de voordelen van verduurzaming - ook qua winstoog­merk - dan verduurzaamt de wereld niet. Je hebt overheid, consument en bedrijfsleven allemaal even hard nodig. Er zijn prachtige, inspirerende voor­beelden van bedrijven die C2C hebben geïmplementeerd en die in alle opzichten zeer succesvol zijn.'

Michael Braungart is biochemicus. William McDonough is architect. Hij ontwierp het Nike-hoofdkantoor in Hilversum en is momenteel als supervisor betrokken bij de overkluizing van de A2 in Maastricht en de ontwikkeling van C2C-kantorenpark 20|20 in Hoofddorp. Wat is uw eigen achtergrond?

'Ik ben bedrijfskundige, een echte ondernemer. Search houdt zich al 14 jaar bezig met milieu en veiligheid van mensen op allerlei gebieden: luchtkwa­liteit, waterkwaliteit, bodemkwaliteit, noem maar op. Binnen het bureau hebben we een afdeling die advies geeft op het gebied van duurzaam bouwen en daar past C2C natuurlijk prachtig bij. Wij verzorgen ook trainin­gen voor ontwerpers en architecten en organiseren workshops waarin zij aan de hand van cases leren hoe ze op­drachtgevers kunnen overtuigen van de voordelen van C2C.'

Bestaat er een vorm van C2C-certificering voor gebouwen?

'Er is op dit moment wel een certifice­ringsmodel voor C2C-producten, maar niet voor gebouwen. Wij merken dat er in de markt grote behoefte bestaat aan een bepaalde vorm van certificering van duurzame gebouwen. Pensioen­fondsen en andere beleggers willen een soort meetlat om te kijken hoe duurzaam een gebouw is. Maar je kunt C2C goed inpassen in de bestaande certificeringsmodellen zoals Greencalc en dergelijke. Wij hebben in de loop der tijd allerlei certificeringssystemen van gebouwen naast elkaar gelegd. Dan zie je dat C2C veel toegevoegde waarde heeft op het gebied van de materiaalkeuze. Daar zijn die andere certificeringsmodellen veel minder goed in. Prefab blijkt erg C2C te zijn. In de loop van het bouwproces gaat ontzettend veel grondstof verloren als afval. Prefabricage kan daar veel verbetering in brengen, doordat er minder grondstoffen en minder ver­voersbewegingen nodig zijn. Behalve van C2C maken wij ook veel gebruik van het Slim Bouwen-concept van Jos Lichtenberg. De meeste modellen willen alleen maar minder slecht zijn voor het milieu. C2C wil het niet minder slecht, maar goed doen! Waarom niet teruggeven aan de aarde wat je eerder hebt genomen? Daarmee heeft C2C een hoger doel voor ogen.'

Braungart en McDonough zijn weinig uitgesproken op het gebied van energiebesparing.

'Dat is beperkt gedacht. Er is toch niemand die zegt dat je niets aan hun gedachtegoed toe mag voegen? C2C is een handreiking op basis waarvan je het beter kunt doen. Geen wet of procedureboek waar alles in staat. Natuurlijk streef je naar minder energiegebruik en pas je isolatie toe. McDonough stelt altijd en overal de vraag: 'Waarom maken we geen gebouwen die meer energie opwekken dan zij gebruiken?' Er zou toch niets mooier zijn dan dat je een energie­opwekkend gebouw bouwt waar je 's avonds je auto aan het stopcontact hangt? Dat soort oplossingen is helemaal niet zo ver weg.'

Hoe heeft u architect George Witteveen geselecteerd voor de nieuwe Search-vestiging in Amsterdam?

'Het contact met George Witteveen is tot stand gekomen via zijn broer met wie ik een zakelijke relatie onderhoud. Het klikte direct met hem. Ik werk graag met creatieve mensen die out of the box kunnen denken. George attendeerde mij twee jaar geleden op C2C. Wij zijn toen samen naar een workshop van Braungart in Londen gegaan. De informatie van die work­shop, George's inspiratie, en onze eigen kennis op het gebied van duur­zaam bouwen hebben we gebundeld om een gebouw te maken dat anders is dan gebruikelijk. Doordat we allemaal dolenthousiast waren, hebben we, denk ik, een prachtig duurzaam kantoor neergezet.'

Welke elementen van het gebouw zijn voorbereid op upcycling?

'Wij hebben geprobeerd het gebouw zoveel mogelijk uit prefab-elementen samen te stellen. Daarbij is gekeken hoe je het gebouw te zijner tijd weer snel en makkelijk uit elkaar kunt halen. Om een conventioneel gebouw te slopen moet je er, bij wijze van spre­ken, een staaf dynamiet in gooien en hou je alleen maar afval en ellende over. Bij ons is alles gebouwd van gecertificeerd hout dat van biologisch verf is voorzien. Je kunt het hele gebouw binnen een paar weken uit elkaar halen en ergens anders neerzet­ten - dat is erg C2C. Of uit elkaar halen en hergebruiken in andere gebouwen. Alle materialen zijn zo gekozen dat je ze terug kunt geven aan het ecologisch systeem, hergebruiken of verbranden voor energieopwekking, al wil je dat natuurlijk eigenlijk niet. Het is inge­richt met C2C-stoelen van Herman Miller en bureaus van geperst papier. Maar begrijp me goed: wij zijn met het gebouw geen wedstrijd aangegaan om zoveel mogelijk C2C of duurzaam te bouwen. Er zijn ook beproefde technie­ken toegepast. Wat wij willen laten zien, is dat een mkb-bedrijf met een klein bouwproject het verschil kan maken. '

Kent u het op een levensduur van 20 jaar ontworpen XX-kantoor in Delft van Jouke Post waarvan alle onderdelen geschikt zijn voor recycling?

'Ik heb heel veel research gedaan voor boeken over duurzaam ondernemen en C2C die ik aan het schrijven ben. Daarvoor hebben we veel voorbeeld­gebouwen uitgezocht maar daar heb ik nu niets van bij me. Ik denk dat het ergens om mijn stapel ligt om als project te beschrijven.'

Wat is de toekomst van C2C?

'Duurzaam bouwen is door veel architecten niet omarmd en wordt als geitenwollensokken-beweging gezien. En dat was het misschien ook wel een beetje. Waar het eigenlijk om gaat is dat je er geweldig mooie dingen mee kunt maken en dat het fun is om ermee bezig te zijn. Schoonheid is ook een vorm van duurzaamheid. We moeten niet uitgaan van de 5% van de mensen en architecten die al duurzaam bezig zijn. Het gaat erom die andere 95% te overtuigen!'

 
 
 
Je struikelt vandaag over de duurzaamheidsinitiatieven van bedrijven. Eerst was er een handjevol mensen, dat elkaar allemaal kende. Het is ongelooflijk hoeveel mensen zich er nu al mee bemoeien. Het is een wonder. Zo snel gaan die dingen meestal niet.
 
 
 
 
  | Search | Anne-Marie Rakhorst | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | Privacy Statement |