Cradle to Cradle

Woonkwaliteit, 8 december 2008

Na het kijken van 'An Inconvenient truth' van Al Gore, dacht Anne-Marie Rakhorst, auteur van diver­se boeken over duurzaamheid en directeur van het ingenieursbureau Search: "Wat kan ik als Klein Duimpje nu doen aan de smeltende poolkappen?" Toch liet zij zich niet demotiveren en roept nu heel Nederland op om duurzaam te leven volgens het Cradle to Cradle-principe. "Laten we ons Oranje-gevoel bij voetbal eens inzetten om heel erg duurzaam te worden. Dan kunnen we met z'n allen dingen bereiken die we niet bedacht hadden." Een impressie van haar presentatie tijdens de landelijke dag.

Wat is Cradle to Cradle?

Cradle to Cradle (C2C), oftewel van wieg tot wieg; zo heet de filosofie waar Anne-Marie Rakhorst zich hard voor maakt. Een gedachtegoed of visie over hoe we producten, maar ook gebouwen duur­zaam kunnen ontwerpen. Grondleggers van deze visie zijn William McDonough en Michael Braungart, die in 2002 hun boek 'Cradle to Cradle' uitbrachten. Anne-Marie Rakhorst zorgde ervoor dat vijf jaar later de Nederlandse vertaling op de markt kwam.  

Welke producten zijn nu eigenlijk C2C? "Heel sim­pel," zegt Rakhorst. "Je moet jezelf een paar dingen afvragen."
- Kan ik het opeten? Rakhorst: "In mijn eerste boek staat een beha die je kunt opeten. Niet omdat dat nu zo lekker is. Maar als ik het kan opeten, dan kan ik het ook in de tuin gooien en dan compos­teert het. Het is dus schoon, composteerbaar materiaal."
- Een andere C2C-vraag is: is het geschikt voor her­gebruik? Bijvoorbeeld de C2C-stoel van Herman Miller; design bureaustoelen die je in drie klikken uit elkaar kan halen. Een stoel die je zo weer in de grondstoffen stroom kunt zetten, waar je zo weer een nieuwe tafel, vliegtuigonderdeel of iets derge­lijks van kan maken.
- En in het allerlaatste geval: kan ik het verbran­den? En dan moet het wel ten behoeve van ener­gieopwekking zijn.

Cradle to Cradle stapt helemaal af van het idee dat we met z'n allen moeten bezuinigen. "We moeten niet veranderen of verminderen vanuit de bood­schap van angst," legt Anne-Marie Rakhorst uit. "Dat motiveert ondernemers niet en stimuleert mensen niet om oplossingen te maken. Dingen die we produceren, de bebouwde omgeving of produc­ten, die moeten we zo maken dat ze generatie op generatie een bijdrage blijven leveren. Zodat de grondstoffen die we nodig hebben voor die pro­ducten keer op keer hergebruikt kunnen worden. En dus niet in een geluidswal of wegdek, omdat we er niets meer mee kunnen en vinden dat we zo redelijk gerecycled hebben. Dat is niet goed genoeg."  

Met energieneutraal bouwen heeft C2C ook niet veel. Waarom zouden we energieneutraal bouwen, als we ook gebouwen kunnen neerzetten die meer energie opleveren dan ze nodig hebben, vraagt Rakhorst zich af. Volgens haar moeten we af van dat beperkte denkkader. Beter is om gebouwen als potentiële energieleverancier te zien. "Waarom bouwen we geen gebouwen in steden die vieze lucht inademen en schone lucht teruggeven. Waarom bouwen we geen huizen die bestaan uit grondstoffen die we generatie op generatie kunnen gebruiken? Waarom maken we geen gebouwen die gebruik maken van regenwater?" Slechts 3% van ons water gebruiken we voor drinkwater. Met de andere 97% schoon drinkwater spoelen we onder meer onze toiletten door en blussen we onze bran­den. "Als we regenwater opvangen, laten we 't dan zuiver gebruiken, schoonmaken en schoner terug­geven aan de natuur."

Exportproduct

Wat kunnen we in Nederland nu eigenlijk met deze filosofie? Als we het goed aanpakken, dan kunnen duurzame oplossingen uit Nederland een belangrijk exportproduct worden, aldus Rakhorst. "Als we met elkaar in beweging blijven op dit gebied, als we doen wat we prediken en goede voorbeelden laten zien, dan boeken we succes. Als we burgers, consu­menten, ondernemers en politiek meekrijgen, dan creëren we één ding: hét exportproduct voor Nederland in 2010-2020." Rakhorst ziet allerlei duurzame oplossingen voor bestaande problemen vóór zich. Een oplossing of alternatief voor al die kolencentrales die in Nederland, maar vooral in China gebouwd worden. Ideeën hoe we in Nederland en daarbuiten allemaal elektrisch kun­nen gaan rijden, hoe we duurzame bouwmateria­len, meubelstoffen en kinderspeelgoed kunnen maken, etc.

Duurzame bouw

Als we aan duurzaam bouwen denken, denken we vooral aan nieuwbouw. Fout! We zouden juist moeten denken aan de herontwikkeling van de bestaande bebouwde omgeving. "Ik ben blij dat Amsterdam vanaf nu alleen nog maar duurzame nieuwbouw accepteert," vertelt Rakhorst, "maar nieuwbouw is slechts goed voor 3 tot 5% van de bebouwde omgeving. De grote opgave gaat over het transformeren van de bestaande bouw. Onze steden beslaan slechts 2% van het totale aardop­pervlak wereldwijd, maar zijn verantwoordelijk voor 75% van de broeikasgassen. Het is dus belangrijk om de bebouwde omgeving aan te pakken.  

Over duurzame bouw of herontwikkeling bestaan nogal wat misverstanden. Het zou bijvoorbeeld duurder zijn. Met de bouw van de duurzame kan­toorpanden van haar eigen bedrijf Search bewijst Rakhorst dat dit een misvatting is. Daarnaast bestaat het idee dat duurzaam bouwen en com­fort niet goed samengaan. "Duurzame oplossin­gen worden juist als veel comfortabeler ervaren door de mensen die er werken en wonen. Warmte- en koudeopslag is bijvoorbeeld gekop­peld aan vloerverwarming en -koeling. Dit wordt als veel fijner ervaren dan een airco die in je nek staat te hijgen."  

Als we nieuwe gebouwen bouwen, ga er dan van­uit dat dit gebouw na dertig of veertig jaar weer gesloopt zal worden, adviseert Anne-Marie Rakhorst. "Iedereen denkt een monument neer te zetten, maar in de praktijk komt dat maar heel weinig voor!" Daarom is het belangrijk dat gebou­wen weer gemakkelijk uit elkaar gehaald kunnen worden en de bouwmaterialen kunnen worden hergebruikt. "Een gebouw bevat allemaal prachti­ge grondstoffen die we generatie op generatie kunnen hergebruiken. We moeten het alleen beter scheiden! We moeten de techno-cirkels scheiden van de bio-cirkels. Laten we geen che­mische componenten met natuurlijke compo­nenten mengen. Dus bijvoorbeeld gecertificeerd hout alleen verven met natuurlijke verf."

Draagvlak

"Het maatschappelijk draagvlak voor duur­zaamheid is als 'frost'; het eerste ijs dat zich vormt op de pool. Dit is gevaarlijk ijs: je kunt er wel over lopen, maar niet op blijven staan. En dat is precies wat het maatschappelijk draagvlak voor duurzaamheid is. Het is sterk genoeg om op te lopen, maar niet sterk genoeg om op te staan. Je moet in beweging blijven"

C2C-producten

Wereldwijd zijn er al heel wat slimme en leuke producten bedacht volgens het C2C-principe. Ook hebben bedrijven C2C aangegrepen om hun bedrijfsproces te verduurzamen. Zo heeft Nike haar productieproces energieneutraal gemaakt. Ook heeft Nike nagedacht over de vraag hoe de sportschoenen, als ze worden weggegooid, uit elkaar gehaald kunnen worden en de grondstoffen weer in de grondstoffenstroom kunnen komen. Ook Gulpener Bier produceert duurzaam. Met de boeren in de omgeving hebben zij langdurende contracten afgesloten voor de hop- en gerstteelt om de logistiek zo kort mogelijk te maken. Bovendien werken hun lichtreclames op PV-cellen. Volgens Rakhorst zijn ze bij de Happy Shrimp Farm ook slim bezig. Dit bedrijf kweekt garnalen op de restwarmte van een energiecentrale. Of wat te denken van een lucht gekoeld bed voor eco-Iodges dat airconditioning van het héle vakantiehuis over­bodig maakt en dus veel energie bespaart.  

Slimme en leuke C2C-gebouwen zijn ook overal te vinden. Een aantal voorbeelden:
- New Babylon in Den Haag waar 6000 woningen verwarmd gaan worden met aardwarmte.
- Het hoofdkantoor van ING.
- De koepel van de Rijksdag in Berlijn, die gebouwd is met de begingedachte 'we gaan hier een grote - energieleverancier neerzetten'.
- Park 20/20, een kantoor- en hoteltuin in Hoofddorp.
- De ecologische wijk 'In Goede Aarde' in Boxtel.  
- De bibliotheek in Spijkenisse.
- Kantoorgebouw Het Kraanspoor in Amsterdam­ Noord, dat de Green Building Award van de MIPIM heeft gewonnen.
- Brandweerkazerne De Rode Haan in Delft, waar onder meer met regenwater wordt geblust.
- De kantoren van Search in Amsterdam en Heeswijk-Dinther.

Aan de slag!?

Als we ons klimaat met een duurzame filosofie als Cradle to Cradle nog kunnen redden, waarom doen we dat dan niet met z'n allen? Waarom duurt het zo lang voordat we in actie komen? Anne-Marie Rakhorst wijt dit aan twee zaken. Ten eerste is de C2C-kennis nog niet goed verspreid. Er zijn nog steeds mensen die denken dat conventioneel bou­wen of herontwikkelen goedkoper is dan duurzaam bouwen. Maar er ontbreekt ook coördinerend beleid. Geen gedetailleerde regeltjes, maar resul­taatgerichte regelgeving die kaders schept. Regelgeving waarin vragen als 'hoe kunnen we naar afval is voedsel?' of 'hoe werken we naar duurzame energie toe?' centraal staan. Consumenten hoeven echter niet stilletjes te wachten totdat aan deze randvoorwaarden is vol­daan. "U kunt ook duurzaam inkopen als u kleren koopt of bij de visboer staat."  

Anne-Marie Rakhorst is ervan overtuigd dat we met z'n allen veel kunnen bereiken. "De Oranje­mentaliteit moet groen worden. Duurzaamheid is een recht van burgers! Iedereen wil een betere wereld voor zijn kinderen. Ik weet zeker dat we fouten maken, maar als we niets doen is de fout veel groter!"  

Olga Ekelenkamp adviseur communicatie

Meer informatie:

www.annemarierakhorst.nl
www.duurzaamheid.nl
www.c2c.duurzaamheid.nl  
www.mcdonough.com (Engelstalig) 
www.braungart.com (Duitstalig) 

 
 
 
Je struikelt vandaag over de duurzaamheidsinitiatieven van bedrijven. Eerst was er een handjevol mensen, dat elkaar allemaal kende. Het is ongelooflijk hoeveel mensen zich er nu al mee bemoeien. Het is een wonder. Zo snel gaan die dingen meestal niet.
 
 
Bestel nu!
 
 
 
 
  | Search | Anne-Marie Rakhorst | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | Privacy Statement |