![]() |
||
Expo Real in het teken van duurzaamheidReal Estate, 19 december 2007
Duurzaamheid is 'hot'. Het best valt dat af te meten aan de reeks congressen over dit onderwerp. Om er een paar te noemen: 'Sustainable Solutions, focus on Africa' op1 en 2 november in verband met het 135-jarig bestaan van de TU-Delft. Op hetzelfde moment werd in Maastricht het congres 'Let's Cradle' gehouden, terwijl men zich op 1 november in 's-Hertogenbosch boog over het onderwerp 'Leefbare steden in Europa, stedenleren van elkaar' dat ook alles met het begrip duurzaam van doen bleek te hebben. We grijpen voor dit artikel echter terug op Expo Real die van 8 tot 10 oktober in München werd gehouden. Ook Expo Real stond voor een belangrijk deel in het licht van duurzaamheid.
Cradle to Cradle
In Nederland zijn we inmiddels in de ban van het Cradle to Cradle-principe zoals dat is ontwikkeld door William McDonough (architect) en Michael Braungart (biochemicus). Hun idee is dat we op een andere manier producten moeten gaan ontwerpen. Aan het begin van het ontwerpproces moet al worden nagedacht wat er met het product gaat gebeuren wanneer het ten grave wordt gedragen. In hun visie moet het dan voedsel voor de aarde zijn, dus te composteren of volledig te hergebruiken voor andere producten (voedsel voor de industrie). 'Waste is food' is dan ook hun uitgangspunt. In Nederland is Anne-Marie Rakhorst, directeur van het bureau Search, een felle verdediger van het principe. Zij schreef het boek 'Duurzaam ontwikkelen...een wereldkans' en deelde het uit op de Holland Regio-stand, waar ook haar bureau een plek had. Volgens Anne-Marie Rakhorst biedt duurzaam ontwikkelen - zo bleek uit haar presentatie op de Holland Regio-stand - 'een wereld van kansen' voor ondernemers. Haar stelling is dat er veel informatie over het onderwerp is, maar 'helaas veelal op wetenschappelijk niveau.' Het zijn juist de ondernemers - de mensen van de praktijk -die duurzaamheid gestalte moeten en kunnen geven. Was niet een van de twee grondleggers van de Club van Rome een ondernemer?
EnergielabelVan Driel is wel van mening dat we met beide benen op de vloer moeten blijven staan. We moeten 'het kind niet met het badwater weggooien' door op een extreme manier de puntjes op de i te willen zetten. 'Er moet dus met de nodige nuchterheid naar gekeken worden.' De grootste problemen om duurzaamheid maatschappelijk geaccepteerd te krijgen zijn volgens Van Driel te vinden op de koopwoningmarkt: 'Veel koopwoningen met zonnecollectoren zie ik nog niet. Het publieke debat zal belangrijk zijn bij het openbreken van een en ander. Als particulier kun je best aandacht besteden aan duurzaamheid, maar wanneer je een woning gaat kopen let je allereerst op locatie. Je gaat niet op een bepaalde plek wonen specifiek vanwege de energiezuinigheid van de woning.' Een taak voor de verkopende makelaar? 'Die is te transactiegericht. Daar heb ik geen verwachtingen van', aldus Van Driel. Toch komt er druk op de makelaar om zich met de duurzaamheidsaspecten van een woning te involveren: het door de overheid voorgeschreven energielabel voor woningen. 'Iedere verkoper van een woning moet een rapport overleggen. De makelaar ontzorgt, dus de makelaar zorgt voor dat rapport' vertelt Ger Hukker voorzitter van de NVM. 'Misschien niet altijd zelf, maar wel onder regie van. Dat betekent dat de woning een codering krijgt van A tot en met E. Dat wordt bij ons vertaald in de uitwisseling. Dus in de etalages, op funda en op de website krijg je zo meteen D-coderingen en E-coderingen. Dus daar gaat over gesproken worden. Er zijn bureaus die daarop duiken en zeggen die woning heeft een E-codering, maar met die en die investering kan dat naar een D- of C-codering. De NVM staat over het algemeen niet positief tegenover overheidsmaatregelen. Maar toen dit anderhalf jaar geleden opkwam hebben we gezegd dit adopteren wij, we nemen er een actieve rol in. Overigens was toen de Vereniging Eigen Huis tegen het energielabel.' Hukker vindt dat het probleem in de nieuwbouw iets anders ligt. Duurzaamheid kost geld, dus zou het niet meer dan normaal zijn dat een gemeente zich bij de grondquote opslag (30 tot 35 procent) terughoudender opstelt. Hukker: 'De gemeente eet mee van de meerkosten voor duurzaamheid. Het zou al heel interessant zijn wanneer de gemeente zegt: in deze woning zit alles conform het Bouwbesluit en over dat deel wil ik mijn grondprijs hebben, residueel of via de grondquotemethodiek. Wanneer je het serieus neemt met de extra investeringen in kader van duurzaamheid, vind ik dat je zelf in het verdachtenbankje zit als je daar ook 35 procent over hebben wilt.' Volgens Hukker moet het mogelijk zijn om energiezuinige woningen budgetneutraal te bouwen. 'Dan kunnen wij uitleggen dat men er verstandig aan doet een dergelijke woning te kopen omdat men bespaart op energie of op de kosten voor de vereniging van eigenaren.' Leefbaarheid
Iemand die een duit in het zakje had moeten doen bij het grote duurzaamheidsdebat op de eerste dag van Expo Real is Wil van der Have, general manager van ING Real Estate Development. Door omstandigheden kon hij alleen het eind van het debat bijwonen. We vroegen zijn commentaar op hetgeen hij toch nog had meegekregen van de discussie. Het blijft oppervlakkig en komt niet verder dan het plaatsen van statements is zijn oordeel. Wel meent hij dat nu 'de slag gemaakt wordt om duurzaam ontwikkelen meer op de voorgrond te zetten. Ontwikkelaars zijn altijd onderbewust bezig geweest met duurzaamheid. Ik bedoel daarmee dat nieuwe technieken, zodra het binnen de marges blijkt te passen, worden ingepast in nieuwe ontwikkelingen. Dat blijven we doen en op dat punt valt nog veel te bereiken. Maar het duurzaam houden van een gebouw in een bepaald gebied en misschien wel op de lange termijn het gebouw anders kunnen gebruiken, daar is echt nog wel een slag te maken. Dat betekent meer flexibele gebouwen en meedoen in de publieke ruimte met groen en cultuur. Hoe hou je mensen vast, hoe zorg je dat de gebruikers gelukkig zijn in die specifieke omgeving? Dat is uiteindelijk waar het om gaat. Of je nu een kantoor- of een woningontwikkeling doet: het totale gebied moet leefbaar zijn. Dat zal ongetwijfeld bijdragen aan duurzaamheid.'
|
||
| | Search | Anne-Marie Rakhorst | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | | ||