Onroerendgoedsector verklaart duurzame projectontwikkeling definitief de liefde
Vastgoedmarkt, 31 oktober 2007
Klimaatverandering, eigen verantwoordelijkheid, duurzaam bouwen. Waar deze combinatie tot voor kort vooral scepsis opriep, heeft de vastgoedsector de boodschap nu definitief omarmd. Met de aankondiging van grote duurzame vastgoedprojecten. de komst van Bill Clinton naar OVG Projectontwikkeling, de boekpresentatie van Anne-Marie Rakhorst en een JLL-rapport over duurzaam vastgoed vond 'de groene revolutie' in oktober zijn voorlopige hoogtepunt. Al Gore's statement in het boek 'Ongemakkelijke waarheid' is anderhalf jaar na verschijning een onontkoombare werkelijkheid geworden. Tv-beelden deze zomer van smeltende permafrost in Siberië, het ontstaan van een ijsvrije vaarroute in de Noordelijke IJszee en zondvloeden in Afrika en Azië misten ook hun uitwerking niet op het Nobelcomité. De verspreiding van de idee dat menselijk handelen het wereldklimaat negatief beïnvloedt, leverde Gore en het International Panel on Climate Change half oktober de Nobelprijs op voor de Vrede. Bij de pakken neerzitten of volharden in ontkenning is er niet meer bij. Op wereldschaal hebben politici, opinieleiders en CEO's duurzame projecten gelanceerd.
De omwenteling heeft zich ook voorgedaan in de Nederlandse vastgoedwereld. Werd je niet zo lang geleden meewarig aangekeken als je sprak over de eigen verantwoordelijkheid van de sector bij het probleem van klimaatverandering, sinds kort buitelen vastgoedbedrijven over elkaar heen om hun groene imago te benadrukken. Dynamis-voorzitter Jaap van Rhijn brak vorig jaar al een lans. Dynamis nam in een kantorenrapport een onderzoek op over het gevaar van de zeespiegelstijging voor de Nederlandse vastgoedvoorraad. Hoe ver weg of onrealistisch ook, de becijferde schade van 609 miljard euro als laag-Nederland onder water loopt, hakte er in de sector stevig in.
Dat de vastgoedsector anno 2007 oprecht is in zijn streven naar duurzame vastgoedontwikkeling, blijkt uit de vele duurzame vastgoedprojecten die inmiddels zijn geïnitieerd. Ook tijdens de Expo Real in München was duurzaamheid het centrale thema. In oktober sprongen twee Nederlandse aankondigingen eruit. Delta Development Group, VolkerWesseis en Reggeborgh gaan het eerste grootschalige, duurzame kantorenpark met voorzieningen van Nederland ontwikkelen. Dit Park 20/20 in Werkstad A4 in Haarlemmermeer krijgt een omvang van 114.000 m2 en kost zo'n 300 miljoen euro. Het kantorenpark wordt ontwikkeld volgens het Cradle to Cradle-principe, waarbij duurzaamheid, hergebruik en leefbaarheid voorop staan. Daarnaast beloofde ontwikkelaar OVG de komende vijf jaar 700 miljoen tot 1 miljard euro te investeren in het bouwen van 'groene' kantoorgebouwen. Directeur Coen van Oostrum zei dat begin oktober tijdens het bezoek van Bill Clinton aan zijn bedrijf. De voormalige president van de Verenigde Staten roemde de bereidheid van OVG om voor het milieu zo'n grote stap te zetten. Van Oostrom kreeg dat compliment niet om de tienduizenden euro's die hij naar verluidt neerlegde voor Clintons bezoek, maar door de reeds geleverde prestaties. OVG ontwikkelt sinds een jaar namelijk bijna uitsluitend C02-neutrale gebouwen. Met jaarlijks zo'n 200.000 m2 nieuwbouw is dat een flinke groene slok op een borrel.
Eerder werd al bekend dat de Amsterdamse Zuidas volgens het duurzaamheidsprincipe zal worden ontwikkeld. En hoewel Multi het niet van de daken schreeuwt, is ook Multi Vastgoed een grootleverancier van duurzaam vastgoed. Multi begon vijftien jaar geleden al met de ontwikkeling van het eerste duurzame kantoor in Nederland, het 15.000 m2 grote gebouw aan de Professor W.H. Keesomlaan in Amstelveen. Daarna volgde de Nike-campus in Hilversum van 35.000 m2. Sinds die tijd heeft Multi veel kennis opgebouwd van praktische maatregelen om het energiegebruik te beperken en worden verschillende vormen van alternatieve energie in projecten toegepast. Bij alle ontwikkelingen voldoet Multi aan de strengste eisen voor milieuvriendelijke en duurzame materialen, waterbeheer, afval- en emissiereducties. Dat de interesse van de vastgoedsector naar 'groene' gebouwen groot is, merkt ook Anne-Marie Rakhorst. Veel vastgoedbedrijven klopten al bij haar advies- en ingenieursbureau Search aan voor advies over duurzaam ontwikkelen. De panden van Search zijn uiteraard ook duurzaam. De twee nieuwe panden wekken zelfs energie op, vertelt Rakhorst. 'We bouwen nieuwe bedrijfspanden in Amsterdam en Heeswijk die we voorzien van energiedaken met zonnecollectoren. Die leveren niet alleen alle benodigde energie voor de panden, maar geven zelfs energie terug aan het energienet.'
Om zo veel mogelijk mensen kennis over duurzaamheid bij te brengen, schreef Rakhorst het boek Duurzaam ontwikkelen - een wereldkans. Van dit eind september gepresenteerde boek zijn er al bijna 20.000 exemplaren verkocht. Wat Rakhorst betreft, kan Nederland een duurzame proeftuin van de wereld worden. 'Overheid, bedrijfsleven en consumenten moeten de handen ineen slaan en tot actie overgaan. Veel Nederlanders klagen echter dat er toch niets meer tegen klimaatverandering te doen is, omdat de 1,3 miljard inwoners van China allemaal een auto, tv en koelkast willen. Dat is niet alleen fatalistisch, maar ook onwetend. China, nog een arm land, heeft vier volledig duurzame steden ontwikkeld. Dat heb ik het rijke en hoogopgeleide Nederland nog niet zien doen. Met onze rijkdom en kennis is het onze plicht om de duurzame proeftuin van de wereld te worden.'
Investeren in duurzaamheid is niet alleen goed voor het imago, maar ook economisch wijs. Dat blijkt althans uit een tussentijds rapport van Jones Lang LaSalle, uitgevoerd door Co renet Global, dat half oktober uitkwam. Binnen de Europese vastgoedsector blijkt 65 procent bereid extra te betalen voor groener onroerend goed. Ruim de helft van de ondervraagden (51 procent) is bereid om tot 5 procent meer te betalen voor duurzame vastgoedoplossingen, 12 procent wil 10 procent extra betalen. Volgens 84 procent is duurzaamheid een essentieel vraagstuk binnen de vastgoedmarkt.
Kritiek is er ook. Het rapport toont aan dat vastgoedbedrijven het aanbod van duurzame oplossingen als fragmentarisch beschouwen. Bijna 49 procent van de ondervraagden geeft aan dat het aanbod in lang niet alle markten goed is. Ruim 44 procent klaagt over de beperkte beschikbaarheid van groene gebouwen. Deze beschikbaarheid wordt volgens hen gehinderd door een gebrek aan 'pro-activiteit' van belangengroepen. Van de ondervraagden vindt slechts 14 procent dat projectontwikkelaars initiatiefnemend zijn op het gebied van duurzaamheid. Architecten en ontwerpers worden als het meest actief gezien in het zoeken naar duurzame oplossingen. Zij scoren respectievelijk 51,2 en 44,2 procent. De resultaten wijzen volgens JLL uit dat er op het gebied van verkoop en verhuur van onroerend goed veel mogelijkheden liggen voor bedrijven die hun klanten duurzame oplossingen kunnen bieden. Er wacht de Europese en Nederlandse vastgoedsector dus nog een schone taak.
Door Martijn van Leeuwen
Terug