Begin eerst een met een stevige ambitie
Intech Elektro & ICT, januari 2009
Het boek 'De winst van duurzaam bouwen', dat Anne-Marie Rakhorst in de herfst van vorig jaar uitbracht, leest als een peptalk eerste klas. Dat we het boek op deze manier bestempelen, ziet Rakhorst dan ook als een mooi compliment. Zij wil mensen namelijk inspireren en motiveren. Juist die grote groep mensen die zij als 'pelotonfietsers' bestempelt, hoopt zij hiermee tot een hogere ambitie te bewegen.
Het nieuwe hoofdkantoor van Search ingenieursbureau in het Brabantse Heeswijk is nog niet helemaal af, wanneer we bij Anne-Marie Rakhorst, directeur van Search, aan tafel zitten voor een gesprek over haar visie op duurzaamheid en de rol van onder meer techniek daarin. Buiten werken bouwvakkers aan de fundering voor twee 'urban windturbines' en ook aan de klimaatregeling en de helofytenfilter voor de waterzuivering wordt nog gewerkt. Maar als alle bouwkundige en installatietechnische maatregelen straks gereed zijn, dan zal dit kantoorgebouw meer energie opleveren dan het gebruikt. Ook afvalwater wordt dan op eigen terrein verwerkt. Het 'Cradle to Cradle'-principe wordt zo goed mogelijk toegepast. Dit geldt overigens ook voor het kantoor van Search in Amsterdam, dat eveneens zeer recent gereed is gekomen.
Duurzaam bouwen wint snel terrein, zo is de teneur in uw boek. Maar waaraan merkt u dat?
Eigenlijk aan heel veel zaken. Op de vastgoedbeurs Provada stonden wij twee jaar geleden nog als enige standhouder die duurzaam bouwen als speerpunt hanteerde. Dit jaar was er niet één bedrijf meer dat geen aandacht schonk aan duurzaam bouwen. Het is ook logisch, want kort geleden toonden onderzoekers aan dat een duurzaam gebouw een zestien procent hoger beleggingsrendement oplevert. Je zou als opdrachtgever wel gek zijn als je geen duurzaam gebouw laat neerzetten. Bij woningcorporaties, maar ook bij grote concerns als Rabobank of TNT, is de keuze voor duurzaam bouwen al vanzelfsprekend geworden. Ook gemeenten stimuleren het sterk. Want het is allemaal zo logisch. In de woningbouw zijn de energiekosten binnen afzienbare tijd hoger dan de huurkosten. En voor een investeerder is een gebouw straks niet meer te verhuren als het niet zuinig is. Het zijn puur economische wetmatigheden die tot duurzaam bouwen leiden.
Twee maanden terug betoogden vijf heren uit de installatie- en bouwwereld in een rondetafelgesprek in Intech dat gebrek aan politiek leiderschap een doorbraak van duurzame energie en duurzaam bouwen belemmert. Hoe ziet u dat?
Ik vind deze manier van denken een vorm van afwentelgedrag. Ik houd me daar ook niet mee bezig. Ik kijk liever naar alle mogelijkheden die er wel zijn en wat ik zelf kan doen. Overigens vind ik dat minister Cramer van Vrom een zeer bevlogen bewindsvrouw is met goede ideeën. Ik vind haar een echte vakvrouw. Tegelijk moeten wij ons realiseren dat zij niet het politieke systeem heeft gemaakt waarmee zij wel moet werken. Daarom vind ik dat wij, ons bedrijf, maar in feite iedere burger en elke onderneming in dit land, het voor zichzelf gewoon beter moet willen doen. Ik vind een doelstelling van twintig procent duurzame energie in 2020 veel te laag. Tegelijk stel ik vast dat we zelfs dit doel nog niet gaan halen. Een brancheorganisatie is, als het erop aankomt, ook maar een pelotonfietser. Zij zoekt ook steeds standpunten die aansluiten bij het gemiddelde van haar leden. Zou dit dan voor een overheid ook niet gelden?
Welke rol speelt (installatie)techniek in het streven naar duurzaam en CO2-neutraal bouwen?
De techniek is volgend. Alles begint bij het neerleggen van een ambitie. We duiken meestal veel te snel in de technische mogelijkheden. Vanuit de 'Cradle to Cradle' principes heb ik geleerd dat we eerst onze ambities moeten bepalen op het gebied van energiegebruik, waterverbruik, verse lucht, groenvoorziening, sociale duurzaamheid, materialisatie en mogelijk nog een aantal onderwerpen. Deze uitgangspunten zou ik integraal willen bekijken en van daaruit een ontwerp willen maken. Wat dan meestal naar voren komt, is dat we in een vroegtijdig stadium de expertise van specifieke bedrijven erbij moeten betrekken. En dan gaat het vaak om installatietechnische adviseurs en installateurs. Vervolgens heeft elk project ook een coördinator nodig die overzicht houdt over al die specialisten.
Welke technieken ziet u als cruciaal in duurzaam bouwen?
Vooral de meet- en regeltechniek wordt enorm belangrijk. Zodra je hoge ambities hebt op het gebied van duurzaam bouwen is het essentieel te monitoren of je die ambities en doelen ook haalt. Het in kaart brengen van bijvoorbeeld de energiestromen, het gebruik en de opwekking, is essentieel. Een optimalisatie van deze energiestromen is een continu proces. Bovendien speelt dit een voorname rol in de bewustwording bij gebruikers. De markt zou hiervoor nog wel betere en liever ook, completere oplossingen mogen aanbieden. Daarnaast zijn warmte- en koudeopslag in de bodem onmisbaar, al moeten we wel zorgvuldiger omgaan met de ondergrondse ruimte. Bestemmingsplannen voor de bodem komen eraan en zijn ook hard nodig. Verder zien we pv-cellen in steeds meer gedaanten beschikbaar komen: in plasma's, in glas, in verf, in textiel. Maar ook voor 'urban-windturbines' wil ik een lans breken, al moet je bij deze techniek nog wel goed opletten of het jaarrendement een beetje redelijk is.
Hoe kan de installatiesector een prominentere rol spelen binnen duurzaam bouwen?
Je kunt gaan zitten wachten totdat je met al je kennis wordt gevraagd, maar dat zou niet mijn manier zijn. Ik vind dat een installateur zich moet verdiepen in de problemen en vraagstukken waarmee zijn partners in de bouwkolom te maken hebben. Als je weet waarom een ontwikkelaar de keuzen maakt die hij maakt, kun je een betere partner voor hem zijn. Een van de bedrijfsmotto's van Search is letterlijk: 'Wij willen de dienstverlening van onze klanten verbeteren'. Het gaat dus niet primair om onze dienstverlening, maar om die van de klant. Dit levert natuurlijk een win-winsituatie op. Want als de klant er beter van wordt, dan gunnen zij het ons ook.
Samenwerking is cruciaal. Wat zijn de mogelijkheden voor onderaannemers om in die samenwerking dominanter te worden?
Dit proces gaat nu enorm snel. In elke ontwikkeling heb je altijd twee tot drie procent innovators, ongeveer drie procent early adaptors, en dan komt een deel van de massa, zo'n dertig procent, die we early majority noemen. In ons land hebben we er vele jaren over gedaan - als het gaat om duurzaam bouwen - de stap van de innovators en van de early adaptors naar de early majority te maken. Maar die stap is nu gezet. We zien nu dat deze early majority het oppikt, en dat die ook de grote groep daar direct achter, nog eens dertig procent van de markt, met zich meetrekt. En dat is cruciaaI. Het is namelijk vooral dat grote peloton dat bepaalt hoe we samenwerken. Overigens is het gewoon noodzaak voor de grote massa om nu in beweging te komen. Bijvoorbeeld de overheid, maar ook vele bedrijven, gaan duurzaam inkopen. En dat betekent ook duurzaam bouwen. Kon een aannemer tot voor kort een dergelijke vraag nog afwimpelen, dan is daar nu geen sprake meer van. Alleen al de overheid heeft een omzet in duurzame diensten van 40 miljard euro. Als je dit nu nog afwimpelt, besta je binnenkort niet meer.
Hoe krijgen we de bestaande:gebouwde omgeving op het niveau van energieneutraal?
Dit is een thema waar zelfs ik zenuwachtig van word. Bij nieuwbouw is duurzaam bouwen geen enkel probleem. Energieneutraal kan - als het aan mij ligt - per direct worden ingevoerd, hoewel ik niet zo voor dwang ben. Maar in de bestaande bouw ligt het veel lastiger. Daar zullen we echt al onze kennis en middelen moeten inzetten. Als maatschappij moeten we hierin miljarden euro's steken. Dit kan zeker niet altijd en overal kostenneutraal. En we moeten opschieten, want de urgentie is groot; alleen al vanwege de snel stijgende energiekosten die de bewoners in de bestaande woningvoorraad boven het hoofd hangen.
Het feit dat de installatiebranche uit zo enorm veel kleine bedrijven bestaat, is dat van invloed op het streven naar duurzaam bouwen?
Voor kleine mkb'ers is het bijzonder lastig hun kennis op niveau te houden. En de benodigde kennis verandert op dit moment snel. Juist op dat punt speelt een brancheorganisatie een cruciale rol. Zij zal voor een versnelling van kennisoverdracht moeten zorgen. Voor de economie is het mkb erg belangrijk. Bij grote bedrijven en in omvangrijke projecten komt dit thema wel van de grond. Maar juist voor de lokale projecten en bij particulieren thuis is die ambitie en de drive bij de mkb'ers hard nodig. Bovendien zal de grote massa duurzaam bouwen pas echt omarmen als we het overal om ons heen zien. De projecten bij je buurman of de winkelier om de hoek zijn enorm belangrijk. We mogen daarom nooit de kracht van de mkb'er in bijvoorbeeld de installatiebranche onderschatten of afschrijven. Als we dat doen, zijn we daarvan straks allemaal zelf de dupe. Daarom hebben wij bij de bouw van ons kantoor in Heeswijk ook de lokale installateurs ingeschakeld en hen laten meekijken bij de aanleg van alle installaties.
Tot slot. Voorin in uw boek staat de zin 'Als duurzaam bouwen ergens kan, dan kan het in Nederland'. Maar zo'n goed voorbeeld zijn wij toch niet? Duitsland en Scandinavië lopen ver voorop.
Wat ik daarmee bedoel te zeggen is, dat wij in ons land zo enorm rijk zijn en relatief gezien enorm veel kennis en innovatiekracht in huis hebben, dat daarmee de belangrijkste randvoorwaarden voor duurzaam bouwen aanwezig zijn. Bovendien leven we in Nederland met veel mensen in een kleine ruimte. Voor bijvoorbeeld duurzame mobiliteit, zoals elektrisch vervoer, zijn dit unieke randvoorwaarden. Kleinschaligheid heeft enorme voordelen als je het vergelijkt met de uitgestrektheid in landen als Rusland, Australië of Canada. Daarom vind ik dat wij voorlopig maar niet meer over andere landen moeten praten, in termen van duurzaamheid, zo lang wij zelf nog niet in staat zijn substantiële stappen te zetten.