![]() |
||
De winst van duurzaam bouwenEgoscoop, oktober 2008
We zijn op bezoek bij Anne-Marie Rakhorst, directeur/eigenaar van Search (een internationaal opererend ingenieursbureau, laboratorium en opleidingsinstituut), Zakenvrouw van het jaar 2000, auteur en veelgevraagd spreker voor congressen en evenementen waarbij de thema's maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzame ontwikkeling centraal staan. Een veelzijdige, maar vooral enthousiaste ondernemer. Duurzaam ontwikkelen
Ze ontvangt ons in haar nieuwe bedrijfskantoor in Amsterdam. Een strak vormgegeven gebouw dat is opgetrokken uit geprefabriceerde houten delen en een massief houtskelet. De werkplekken zijn zo ingericht dat de medewerkers optimaal profijt van het daglicht hebben, zonder er last van te hebben bij het werken op een beeldscherm. Nergens in het gebouw valt een verwarmingsradiator te bekennen. 'Klopt, we maken gebruik van vloerverwarming met behulp van een warmte-/koudeopslagsysteem dat voor koeling in de zomer en verwarming in de winter zorgt.' Het laat zien dat deze zakenvrouw niet alleen veel spreekt over duurzaamheid, maar met hetzelfde enthousiasme het ook in de praktijk brengt. Het kantoor blijkt meer energie op te leveren dan het kost, waarmee ze wil aantonen dat de bouw volgens haar dé oplossing kan zijn voor het energieprobleem.
Kernbegrippen
De vraag rijst wat een ondernemer als Anne-Marie Rakhorst ertoe heeft aangezet om zich als ondernemer en als auteur hard te maken voor duurzaam ontwikkelen. ‘Al vrij jong voelde ik hoe elementair respect voor onze planeet is. Vanaf mijn prille jeugd trok ik met mijn ouders en broer de natuur in. Zwervend langs slootkanten en door bossen ontdekte ik de natuurlijke samenhangen, de ecosystemen. Van mijn vader, net als ik een ondernemer in hart en nieren, leerde ik daaruit ideeën en visies te ontwikkelen. Die samenhangen heb ik gaandeweg leren integreren in mijn ondernemerschap.'
VertrouwenDe vraag is natuurlijk hoe we een duurzame wereld moeten vormgeven. Rakhorst aarzelt geen moment voor ze antwoordt: ‘Ten eerste door vertrouwen te hebben in de toekomst. Ik laat me niet leiden door het onbehaaglijke gevoel dat we voor een grote crisis staan. Natuurlijk moeten we de opwarming van de aarde serieus nemen, maar we moeten er ook op durven vertrouwen dat we er samen oplossingen voor kunnen vinden. Cynici zullen misschien aandragen dat onze planeet wel door blijft draaien en het allemaal zo'n vaart niet loopt. Dat de politiek, het bedrijfsleven en de industrie slechts willen profiteren van de beroering die is ontstaan door onder meer het verschijnen van het boek en de film van Al Gore Een ongemakkelijke waarheid. Of erger nog: dat die hooguit oog zullen hebben voor kortetermijnmaatregelen. Maar bedenk wel dat de verandering naar schoon produceren en consumeren vele miljarden gaat kosten en een enorme ingreep betekent in de traditionele processen. Dat politici zich misschien minder populair maken bij hun achterban door ingrijpende maatregelen te nemen om de aantasting van het milieu en onze leefwereld een halt toe te roepen. Want de duurzame doorbraak is begonnen. Gelukkig begrijpen steeds meer mensen dat we de zeeën niet leeg moeten vissen en moeten ophouden met het kappen van regenwouden. Niet alles vol moeten bouwen en niet moeten blijven vervuilen zonder na te denken. We begrijpen hoe we bewust moeten omgaan met onze wereld en keuzes moeten maken die duurzaam zijn.' Betrokkenheid en welbevindenZe kijkt even naar een document dat voor haar op tafel ligt en vervolgt: 'Ik lees hier: ‘ErvaringsGericht Onderwijs is méér dan een onderwijstheorie: het richt zich op het dynamische proces. Het onderzoekt de ervaringsstroom van mensen, zichtbaar in welbevinden en betrokkenheid.' Hoe iemand het maakt - welbevinden. Hoe iemand het doet - betrokkenheid. Dat zijn kernbegrippen die ook uitstekend op duurzaam ontwikkelen van toepassing zijn. Los van de discussie of wij mensen verantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde of niet, moeten er duurzame antwoorden komen. Voor verkeer, vervoer en energievoorziening. Voor onze voedselvoorziening, productiemethoden en de bouw. Om ons welbevinden te verzekeren en het welbevinden van onze kinderen en kleinkinderen. Hoe wij en zij het maken, is bepalend voor onze en voor hun levenskwaliteit. Hoe wij en zij dat doen, ligt aan de betrokkenheid die wij voelen voor duurzaam ontwikkelen. Laten we dat vooral voorop stellen. ErvaringsGericht Onderwijs stelt dat welbevinden en betrokkenheid de procesvariabelen zijn die een graadmeter vormen voor het verloop van processen. Als ik dat in de context van duurzaam ontwikkelen plaats, zie ik betrokkenheid als een vitale factor om het welbevinden te verzekeren. Mensen die zich echt betrokken voelen bij duurzame ontwikkeling zullen oplossingen zoeken om hun welbevinden te borgen. Op korte en langere termijn. Hoe zou de aarde eruit zien als een kersenboom haar had gemaakt
Rakhorst ‘Sinds duurzaam ontwikkelen opgang maakt in de bouwwereld, krijgt mijn bureau Search steeds vaker de vraag of bestaand vastgoed duurzaam te renoveren is. Dat vind ik een verheugende ontwikkeling, omdat daar de grootste slag is te slaan in het verduurzamen van de gebouwde omgeving en meervoudige winst te boeken is. Meervoudig in de zin van: winst op economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk vlak. Daarnaast zijn wij als adviseur betrokken bij ambitieuze duurzame nieuwbouwontwikkelingen, zoals Park 20|20 in de Haarlemmermeer. Een bedrijvenpark dat volgens de Cradle to Cradle-principes van Michael Braungart en William McDonough wordt ontwikkeld.'
Positieve insteekZe laat de vraag even in de lucht hangen, voordat ze verder gaat. 'Toen ik Michael Braungart in 2006 voor het eerst ontmoette, was ik al bezig met mijn eerste boek. Ik heb me daarvoor breed georiënteerd en veel gesprekken gevoerd met politici, beleidsmakers, wetenschappers, innovators en uitvinders, mensen uit het bedrijfsleven en journalisten. Wat mij tijdens de workshop van Braungart vooral duidelijk werd, is zijn positieve insteek. Het huidige milieudenken spoort aan tot 'beperken, hergebruiken en recyclen', ofwel: doe meer met minder om de schade te beperken. Maar dat leidt volgens Braungart en McDonough alleen maar tot het instandhouden van het productiemodel van 'cradle to grave', dat enorme hoeveelheden afval en vervuiling produceert. De visie van Braungart en McDonough klinkt provocerend: we moeten niet minder consumeren, maar juist meer. Dat kan. Als we ophouden met het maken van 'minder' slechte producten en uitsluitend nog intelligente producten ontwerpen, gemaakt van materialen die we steeds weer kunnen teruggeven aan technische of biologische kringlopen. 'Ze wijst op de bureaustoelen in de kamer: 'Dat zijn bureaustoelen die helemaal volgens het Cradle to Cradle-principe zijn gemaakt door de Amerikaanse fabrikant Herman Miller. Hun idee om gebouwen als bomen te maken klinkt misschien revolutionair, maar wij hebben het zelf al twee keer in de praktijk gebracht bij de realisatie van onze duurzame bedrijfskantoren. Onze gebouwen wekken zelf energie op, zuiveren lucht en water en zijn in staat zelfs energie terug te leveren aan het energienet. Ze zijn opgetrokken uit recyclebare materialen en gefabriceerd als onderdelen die snel te demonteren en opnieuw te gebruiken zijn. De prefab delen zijn gemaakt van gecertificeerd hout en tussen de buiten- en binnenwand zit een volledig duurzaam isolatiemateriaal. In mijn boek De winst van duurzaam bouwen staan veel voorbeelden van duurzame nieuwbouw en gerenoveerde gebouwen die duidelijk maken dat duurzaam bouwen geen utopie is, maar vandaag de dag al vorm krijgt.' Proef op de somZe nam zelf de proef op de som en heeft de realisatie van beide projecten als een boeiend en leerzaam proces ervaren. Ze zag samen met haar man en mededirecteur Eugène Janssen kans alle bij de bouw betrokken partners - architect, aannemer en installateur - te inspireren om haar visie op duurzaam ontwikkelen te delen en om te zetten in concrete bouwprojecten. Een zelfde betrokkenheid voelen haar opdrachtgevers zodra haar bedrijf gevraagd wordt te adviseren over verduurzaming van bestaand vastgoed of de realisatie van nieuwbouw. 'Niet iedereen zet in op het hoge ambitieniveau van Cradle to Cradle, maar wel op energiebesparing'. Voor de verduurzaming van bestaand vastgoed, zoals scholen, ziekenhuizen, kantoren en bedrijfshallen, hebben wij al een aantal duurzame, maar toch heel praktische oplossingen kunnen aandragen. Zoals warmte-/koudeopslag, het plaatsen van zonnepanelen, effectieve voorstellen voor isolatie van wanden, vloeren en ramen. Dat alleen levert al een enorme energiebesparing op. Wij hebben bijvoorbeeld drielaags glas toegepast in onze nieuwbouw en dat is even goed toepasbaar in bestaande bouw. Als wij een energiescan maken van een gebouw om een opdrachtgever een goed onderbouwd energieprestatieadvies te kunnen geven, kijken wij hoe het gebouw geïsoleerd is, of er mogelijkheden zijn om nieuwe energiebesparende gebouwgebonden systemen te installeren en geven daarbij meteen een kostenraming. Door zelf duurzaam te ontwikkelen hebben we de proef op de som genomen en ervaren dat sommige oplossingen domweg nog niet bestaan. Dat je als het ware zelf het wiel moet uitvinden om het gewenste resultaat te bereiken. Daarom ben ik er een groot voorstander van dat er ketensamenwerking ontstaat, van industrie tot en met de bouwplaats. Kennis en ervaring uitwisselen bespaart tijd die beter te besteden is aan nieuwe ontwikkelingen.' Schone scholen
Iedereen kan daarbij betrokken raken en zijn steentje bijdragen. In alle situaties: thuis, op het werk en in de maatschappij. Duurzaam ontwikkelen moet nog voldoende momentum krijgen door goede voorbeelden om een daadwerkelijke kentering in de bouwwereld te veroorzaken. Maar het is een aanzwellende golf die niet meer te stuiten is en waar de onderwijswereld met de ontwikkeling van het verbreden van de scholen haar voordeel mee kan doen. Juist in die ontwikkeling waarin voor nieuwbouw en renovatie van bestaande gebouwen naar oplossingen wordt gezocht voor energievoorziening en -besparing en het benutten van kansen als warmtedeling met industrie of warmtevoorziening door infrastructuur - ja, je kunt de warmte uit asfalt met warmte-/koudeopslag opslaan - is een grote slag te slaan. Het aantal oplossingen voor decentraal opgewekte energie met behulp van wind en zon groeit gestaag en begint de markt te veroveren. Schoolbesturen doen er goed aan de vinger aan de duurzame pols te houden, vanuit het oogpunt van meervoudige winst. Misschien betekent duurzaam bouwen of renoveren een hogere investering dan voor traditionele bouw, maar binnen een relatief korte termijn van hooguit tien jaar zijn de meerkosten terugverdiend door een enorme daling van de energie- en onderhoudskosten. Daarbij geldt dat duurzame gebouwen, met name als ze later snel voor andere doeleinden te gebruiken zijn, hun marktwaarde aanzienlijk langer zullen behouden dan energieverslindende gebouwen die voor een specifiek doel gebouwd zijn en moeilijk aanpasbaar aan ander gebruik. Ook de kwaliteit van de gebruikte materialen speelt een doorslaggevende rol. Hoe beter de kwaliteit, hoe meer mensen zich betrokken zullen voelen bij hun directe woon- en werkomgeving en hoe beter ze ervoor zullen zorgen. Al was het alleen maar om hun eigen welbevinden zeker te stellen.'
|
||
| | Search | Anne-Marie Rakhorst | Disclaimer | Leveringsvoorwaarden | Privacy Statement | | ||